RedPers logo

donderdag 3 april 2025

podium voor de journalistiek

  • Colofon
  • Over
  • Meedoen
  • Contact

donderdag 3 april 2025

Podium voor de journalistiek

RedPers logo

Binnenland

Populariteit carnaval gaat laatste jaren door het dak: duurzame traditie of plat zuipfeest?

Deze week staat de zuidelijke helft van het land weer in het teken van verkleden, feesten en gezelligheid. Waar carnaval zijn oorsprong vindt in het katholieke geloof, wordt het feest vandaag de dag gekenmerkt door veel vertier, drank en losbandigheid. Wat is eigenlijk de gedachte achter het feest? En leeft deze nog onder de feestvierders?

Door Carmen Tinebra

6 minuten

Artikel afbeelding

2 maart 2025

Mysterieuze geesten, een laatste feestmaal of een vurig verzet tegen onderdrukking: er gaan talloze verhalen rond omtrent het begin van de viering van carnaval. Paul Oudenhooven-Pluijmert (45), voorzitter van Nederlandse Carnavalsstichting Het Groot Gevolg, onderscheidt ruwweg drie oude legendes die zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld tot het feest zoals we dat nu kennen.

Verjagen van wintergeesten of verzet?

De oud-Prins Carnaval vertelt: “In de middeleeuwen waren mensen het na een tijd van kou zat om bibberend bij de kachel te zitten en gingen ze de straat op om veel herrie en lawaai te maken. Hiermee verjoegen ze de wintergeesten en keerde het warme weer terug.” Hij lacht. “Tegenwoordig noemen we dat gewoon zomer.”

Als andere verklaring noemt hij de burgers die zich tijdens de Spaanse bezetting in de 16e eeuw wilden afzetten tegen de gevestigde orde. “Door zich in het openbaar net als de Spanjaarden te behangen met veren en steken (vilten hoeden, red.), staken ze de draak met hun bezetters.” 

‘Terwijl de overheid alles had verboden, zag het op straat zwart van de mensen. Carnaval is toen intensiever gevierd dan ooit’

Het laatste verhaal betreft de periode voorafgaand aan de kerkelijke vastentijd. Dit zijn de veertig dagen voor Pasen waarin men geen vlees (carna) meer mocht eten. Er kon dan nog even gefeest worden, voordat het vasten begon. “Dat was het moment waarop mensen zin hadden in een nieuwe fase, om zich helemaal te reinigen.” Het verhaal gaat dat de festiviteiten op een gegeven moment zo uit de hand liepen, dat de kerk besloot het feest om te dopen tot een katholieke gelegenheid, om zo nog wat controle te kunnen uitoefenen. 

Collectieve drang naar saamhorigheid

Oudenhooven-Pluijmert noemt één aspect dat de legendes gegarandeerd gemeen hebben: de collectieve drang naar saamhorigheid. “Vooral in mindere tijden hebben mensen behoefte aan samenkomst, aan connectie,” zegt hij. Tegenwoordig is dit nog goed terug te zien. Juist in coronatijd beleefde het feest hoogtijdagen. “Terwijl de overheid alles had verboden, zag het op straat zwart van de mensen. Het is toen intensiever gevierd dan ooit.”

Hoewel de feesten in stand worden gehouden door eenzelfde motief, vieren alle verschillende carnavalssteden en -dorpen hun eigen tradities en gebruiken. Het carnaval in Brabant wordt Bourgondisch carnaval genoemd en vindt vooral plaats in de kroeg. Het staat bekend om zijn satirisch karakter en ludieke kostuums. De zotte namen die de Brabantse steden krijgen, zijn vaak afgeleid uit de producten van lokale nijverheid of industrie. 

In Bergen op Zoom kan men niet verschijnen zonder zakdoek en gordijn en Den Bosch staat bol van de groene kikkers

Carnaval in Limburg, ook wel Vastelaovend, heet Rijnlands carnaval en vindt veelal plaats in de buitenlucht. Theatrale kostuums met weelderige invloeden vanuit Venetië kleuren hier vrolijk het straatbeeld. 

Door de jaren heen hebben regio’s en plaatsen hun eigen karakteristieken ontwikkeld die nu zorgen voor de rijke diversiteit die het feest kenmerkt. Zo kan men in Bergen op Zoom niet verschijnen zonder zakdoek en gordijn, staat Den Bosch bol van de groene kikkers en is het volk in Maastricht te herkennen aan hun extravagante pekskes

‘Hollandse’ feestgangers van boven de rivieren

Waar de lokale bevolking grote waarde hecht aan hun jaarlijkse rituelen, is het niet helemaal zeker of dat geldt voor de carnavalstoeristen. Grote steden als Kielegat en Oeteldonk worstelen met toenemende drukte. De ‘Hollandse’ feestgangers interesseren zich niet altijd voor de cultuur, maar hebben eerder zin in een verzetje. 

“De populariteit gaat de laatste jaren door het dak,” vertelt Oudenhooven-Pluijmert, “en niet altijd op de juiste manier.” Volgens hem hebben Randstedelijke media het feest voornamelijk neergezet als plat zuipfeest, waar jezelf misdragen de norm is. Dit zorgt voor een vertekende beeldvorming van het feest en lokt bezoekers die met andere verwachtingen naar de carnavalssteden komen. “Wanneer de verkeerde mensen dat zien trekt het ook de verkeerde mensen aan,” zegt hij. “Het is een self-fullfilling prophecy.” 

‘In plaats van mensen boven de rivieren de rug toe te keren, moet je ze gewoon een klap op de schouder geven en ze mee op sleeptouw nemen’

Als voorzitter van Het Groot Gevolg zet Oudenhooven-Pluijmert zich dan ook in om carnaval toegankelijk en geliefd te houden voor ieder soort feestganger. Met het behoud van oude tradities en (lokale) diversiteit probeert de stichting het culturele aspect van het feest te benadrukken, wat vervolgens invloed heeft op haar nationale beeldvorming. 

Het Groot Gevolg pleit daarom voor twee belangrijke zaken: het actief promoten van carnaval als een veilig en divers feest, en de gastvrije mentaliteit van de lokale bevolking. “In plaats van mensen boven de rivieren de rug toe te keren, moet je ze gewoon een klap op de schouder geven en ze mee op sleeptouw nemen,” zegt Oudenhooven-Pluijmert.

‘Meedoen’ is dan ook het toverwoord volgens Louis de Kock, secretaris van Stichting Vastenavend in Bergen op Zoom, dat tijdens carnaval Krabbegat heet. “Carnaval is geen feest waar je toeschouwer bent, maar waar je meedoet,” zegt hij. “Het is belangrijk om je lekker onder te dompelen en respect te tonen voor de tradities. Dan is iedereen welkom.” 

Carnaval leeft voort onder nieuwe generatie 

In Krabbegat zijn deze tradities geboren uit een tijd waarin mensen het wat minder breed hadden. Om toch carnaval te vieren, werden lampenkappen en vogelkooien uit de woonkamer geplukt en gebruikt als hoofddeksel. Naast het vitragegordijn, de oude jas en de zakdoek zijn de hoedjes tijdens vastenavend niet te missen. 

De Kock gelooft dat de viering zoals hij nu is nog lange tijd zal blijven bestaan, ook bij de nieuwe generatie. Zo lopen zelfs de kleinste kinderen in stoffige jassen en gordijnen en maken jongeren op school spelenderwijs kennis met alle facetten van het traditionele feest. “Eind puberteit verlies je ze altijd een beetje,” zegt hij, “dan worden andere dingen belangrijk. Maar ze komen altijd terug!” 

‘Je hoeft er geen kaartje voor te kopen. Het enige wat je nodig hebt is die eerste glimlach om de rest er mee aan te steken!’

Voor de toekomst is het volgens hem belangrijk om verschillende doelgroepen te blijven betrekken. “Tijdens een rondleiding verwonderde een islamitische vader die niet bekend was met het feest zich over alle tradities die we hier hebben,” zegt hij, “dat vond ik een heel mooi compliment.” 

Volgens de Kock houdt het feest dan ook stand als het vasthoudt aan zijn oorspronkelijke waarden, maar open staat voor vernieuwing: “De traditie die niet meebeweegt, daar hoor je niks meer van,” zegt hij. 

Ondanks de wisselende beeldvorming van het feest weten de heren één ding zeker: het sentiment achter carnaval is nog volop in leven.  En het allermooiste volgens Oudenhooven-Pluijmert? “Je hoeft er geen kaartje voor te kopen. Het enige wat je nodig hebt is die eerste glimlach om de rest er mee aan te steken!”

Eindredactie door Tijmen Koppelaar

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Dit artikel werd geschreven door

Carmen Tinebra

Redacteur Geschiedenis

Carmen Tinebra (2001, zij/haar) studeert Oudheidwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Als klein meisje had ze nog geen idee dat gedwongen uitstapjes naar de bloedhete Siciliaanse tempelvallei zouden leiden tot een fascinatie voor de klassieken; inmiddels is deze uitgegroeid tot een grote algemene belangstelling voor oude kunst en cultuur. Voor Red Pers schrijft ze over de onlosmakelijke verbondenheid tussen heden en verleden.

>

Meer van Carmen Tinebra

Meer van Red Pers